Met een reeks aanvallen over en weer hebben de Verenigde Staten en Iran in het weekend meer twijfel gezaaid over de houdbaarheid van hun wapenstilstand. In de nacht van zaterdag op zondag nam Iran militaire doelen van de VS in de Golfregio onder vuur, waarna de Amerikanen aanvallen uitvoerden op Iran.

De Iraanse aanvallen, onder meer op een marinebasis in Bahrein en het militaire vliegveld Ali al-Salem in Koeweit, waren volgens Teheran juist een vergelding voor een eerdere Amerikaanse aanval op opslagplaatsen van raketten en drones in Iran. Die volgde weer op een incident met een Iraanse drone, die donderdag een containerschip in de Straat van Hormuz had getroffen.

Ook zaterdag zou een tanker, varend onder Panamese vlag en geladen met twee miljoen vaten ruwe olie, door Iran onder vuur zijn genomen. Daarbij vielen, voor zover bekend, geen slachtoffers. Er zou ook geen milieuschade zijn ontstaan.

Fragiel akkoord

De beschietingen maken duidelijk hoe fragiel het staakt-het-vuren is dat Iran en de Verenigde Staten twee weken geleden zijn overeengekomen. De twee landen spraken eerder op 14 juni af om hun gevechtshandelingen te staken en de Straat van Hormuz te heropenen. Gedurende zestig dagen zou dan kunnen worden doorgepraat over de meest netelige kwestie tussen beide landen, het Iraanse nucleaire programma.