vandaag, 07:10Volgende maand wordt er een nieuwe reddingsboot gedoopt voor het KNRM-station Wijk aan Zee. Op het schip zijn duizenden namen verwerkt van mensen die door nabestaanden en donateurs zijn aangedragen. Tussen al die namen staat Christiaan Christinus de Boer uit Winschoten die in 1965 omkwam op zee. Voor zijn zoon Willem en dochter Fenneke voelt het alsof hun vader eindelijk terugkeert naar de plek waar hij thuishoorde. ‘Hij hoorde op zee.’Christiaan de Boer was schipper en eigenaar van de schelpenzuiger Nieuwe Schans I. Vanuit Delfzijl voer hij meerdere keren per week naar de gronden rond het Duitse eiland Borkum, waar hij schelpen won voor een verwerkingsbedrijf in Leer. Het was zwaar werk, maar werk dat hij met liefde deed. Zijn zoon Willem en dochter Fenneke gingen vaak mee. ‘We vonden het prachtig op zee. We hielpen mee, keken mee, en voelden ons vrij.’De naam op de reddingsboot is het slot van een tragisch verhaal dat meer dan zestig jaar geleden begon. Modernste zuiger van die tijd'De Nieuwe Schans I was niet zomaar een schip. Mijn vader was er trots op', vertelt zoon Willem. 'In 1964 heeft hij het helemaal laten verbouwen. De oude Brons-motor ging eruit en er kwam een nieuwe Kromhout-motor in, veel sterker. Alles werd elektrisch gemaakt, zodat hij vanuit de stuurhut alles kon bedienen. Nieuwe pompen, een nieuwe schutzeef, nieuwe opzuigbuizen, noem maar op. Het kostte 165.000 gulden, een enorm bedrag in die tijd. Maar daarna was het de modernste schelpenzuiger van Noord-Nederland.''In de winter lag het schip altijd stil in de haven van Delfzijl. Dat was onze thuishaven. Daar lag het te wachten tot het voorjaar, tot we weer naar Borkum konden om schelpen te zuigen.'Fatale laatste reis'In december 1965 wilde mijn vader nog één vracht schelpen halen voordat het schip voor de winter stil zou liggen. Ik wilde eigenlijk mee, voor de laatste keer dat jaar, maar ik kreeg geen vrij van school. Ik moest proefwerken maken voor het kerstrapport.''Mijn vader vertrok samen met zijn knecht, Onno Kroes. In die tijd gingen ze in de wintermaanden vaak met twee schepen tegelijk schelpen zuigen. De Berkelstroom ging die dag ook mee. Die kwam later gewoon terug in de haven van Delfzijl. Maar mijn vader niet.''We hebben later aan de schipper van de Berkelstroom gevraagd of hij mijn vader nog had gesproken. Hij zei: ‘Ja, ik had het schip vol met schelpen en toen sprak ik hem. Hij zei: ik ben ook zo klaar, dan ga ik ook terug.’ Maar hij is nooit teruggekomen.''Wat er precies is gebeurd, dat weet niemand. Er is nooit duidelijk geworden wat er onderweg mis is gegaan. Het schip is later gelicht, maar daar kwam geen antwoord uit. Dat is misschien wel het moeilijkste: dat je na al die jaren nog steeds geen verhaal hebt dat je kunt afmaken.'Dood terug gevonden'Pas een week later, op 19 december 1965, kwam het bericht. Ik weet het nog precies', vertelt Fenneke. 'Ik kwam thuis en de hele woonkamer zat vol met familie en ook de pastoor, toen wist ik het wel. Ze hadden mijn vader gevonden op het Duitse Waddeneiland Norderney. Onno Kroes werd ook gevonden, hij dreef dood in een rubberboot bij het lichtschip Wilhelmshaven. Het was zo onwerkelijk. Ze waren niet verdronken, maar overleden door de kou.''Het schip is later gelicht en teruggebracht naar Delfzijl en gesloopt. Ik heb toen geprobeerd het kompas terug te krijgen' vertelt Willem. 'Het kompas waar mijn vader altijd op voer. Dat was nog een heel gedoe. Mijn oom heeft geholpen, en zelfs de politie moest eraan te pas komen. Maar het is gelukt. Dat kompas is het enige tastbare stuk van mijn vaders schip dat ik nog heb. Dat koester ik.'Familie bleef berooid achter'Na het ongeluk brak er een hele zware tijd voor ons aan', herinnert Fenneke zich. 'Het schip is later gelicht en gesloopt. En toen kwamen de schuldeisers. Die wilden geld zien voor de verbouwing die mijn vader kort voor de ramp had laten doen. Mijn moeder stond er alleen voor. We woonden in een vrijstaand huis in Winschoten, maar dat werd helemaal leeggehaald en verkocht op een boeldag. Zelfs het tapijt werd eruit getrokken. We hadden niks meer.'Willem: 'Mijn moeder, mijn zus en ik zijn daarna naar een flat verhuisd. Ik ben gaan werken als elektricien. Met mijn eerste salaris kocht ik een schemerlamp. Ik wilde gezelligheid brengen, iets kleins om het weer een beetje thuis te maken. Mijn moeder is gaan werken in de keuken van een school voor gehandicapten. Daar is ze gebleven tot haar pensioen. Ze heeft ons erdoorheen gesleept.'Zoektocht op Norderney'Toen mijn moeder overleed, ze was negentig, voelde ik dat ik nog één ding moest doen. Ik wilde eindelijk zien waar mijn vader was gevonden. Dus mijn vrouw en ik zijn naar Norderney gegaan', zegt Willem. 'Op het gemeentehuis werden we geweldig ontvangen. Ik noemde de naam van mijn vader, en ze gingen meteen zoeken in het archief. Na een paar minuten kwam de medewerker terug met het originele document uit 1965. Daar stond precies op: mijn vader lag aan het einde van pier E. Ik mocht het papier gewoon meenemen. Het kostte niets.''Beneden vroeg ik aan de portier waar pier E was. Hij zei: wacht even. Even later kwam hij terug met een politieagent die ons persoonlijk naar de pier bracht. Dat vond ik zo bijzonder. En toen we daar aankwamen… aan het einde van de pier stond een reddingsboothuis. Precies op de plek waar ze mijn vader hadden gevonden. Dat voelde voor mij als een wonderlijke samenloop. Alsof de cirkel rond was. De plek waar hij lag, was nu een plek waar redding centraal staat.'Zelf een grafsteen gemaaktWillem vervolgt: 'Het graf van mijn vader had nog zo’n oude betonplaat, helemaal met scheuren erin. Dat kon eigenlijk niet meer. We zijn toen gaan kijken voor een nieuwe steen, maar die kostte achtduizend euro. Dat was gewoon te veel. Mijn twee zonen — de oudste is naar zijn opa vernoemd — zeiden meteen: ‘Dan maken we zelf een steen.’ En dat hebben ze gedaan. We hebben het besproken met de beheerder van de begraafplaats, en die vond het prachtig. Nu ligt zijn schip altijd bij hem, zoals je op de foto kunt zien.''Na het overlijden van mijn moeder kwam er nog iets bijzonders. Ze had altijd een kist in de kamer staan. Ik vroeg haar wel eens: zit er nou niks van vader in? ‘Nee,’ zei ze dan. We mochten er nooit in kijken. Toen ze was overleden, hebben we de kist open gedaan. Wat daar allemaal uitkwam: foto’s, papieren, persoonlijke spullen van mijn vader. Te veel om op te noemen. Ze had het allemaal bewaard en het werd duidelijk dat onze vader een heel bijzonder leven had gehad.'Campagne: Wie maak jij onvergetelijk?Willem is al jaren donateur van de KNRM en hoorde zo over de campagne 'Wie maak jij onvergetelijk?' Donateurs konden voor vijftig euro een naam laten verwerken in het ontwerp van de nieuwe reddingsboot van Wijk aan Zee, onderdeel van een grote vlootvernieuwing. De KNRM krijgt geen overheidssubsidie en zocht een manier om mensen persoonlijk te betrekken bij de bouw.Duizenden namen, van geliefden, gemiste familieleden of mensen met een band met zee en water, worden op de boot aangebracht. Zo 'varen' zij symbolisch mee bij elke inzet. Willem droeg de naam van zijn vader aan en gaf het certificaat door aan zijn oudste zoon, vernoemd naar zijn opa: Christiaan Christinus de Boer.KNRM: ‘De actie is een groot succes’Volgens woordvoerder Kees Brinkman deden meer dan vijfduizend donateurs mee. De campagne is geïnspireerd op een Engelse actie waarbij namen op een reddingsboot werden verwerkt om betrokkenheid te vergroten. 'Het is indrukwekkend hoeveel persoonlijke verhalen we hebben ontvangen', zegt Brinkman. 'En het helpt ons heel concreet: mede dankzij deze actie kunnen we een nieuwe reddingsboot bouwen voor Wijk aan Zee.' De bouw kost 1,7 miljoen euro, grotendeels betaald door donateurs.'Hij hoort op zee'De boot met daarop de naam van Christiaan de Boer wordt op 5 september gedoopt. Op 18, 19 en 20 september kunnen donateurs het schip bekijken tijdens een groot evenement in IJmuiden. Daar gaan Willem en Fenneke naar toe.De dood van onze vader heeft ons leven gevormd, zeggen ze. 'Ik had naar zee gewild, maar dat mocht niet van mijn moeder', vertelt Willem, 'maar het trekt nog altijd.' 'Bij mij ook', zegt Fenneke, 'zodra ik op een boot stap naar een van de Waddeneilanden voel ik met thuis. Het is niet dat het verhaal nu af is. Maar het het is heel fijn dat onze vaders naam op die reddingsboot staat, nu is hij weer daar waar hij hoort: op zee.'