Het wrak werd zaterdag teruggevonden bij het Duitse waddeneiland Sylt, bevestigt SOMV aan NU.nl na berichtgeving van NH Nieuws. Dat gebeurde na vier mislukte expedities, vertelt Meeldijk. Zelf was hij niet mee, maar zijn medeoprichter Bert Kremer zocht mee tijdens de expeditie.
De WR-6, beter bekend als de Pieter Albert, verdween op 11 januari 1967. Aan boord waren Simon Lont, Piet Everts en Gerrit Boerdijk, die op weg waren naar Sylt om op garnalen te vissen.
Ze kwamen in een heftige storm terecht, waarna het schip zonk en al die tijd niet werd teruggevonden. Maanden later spoelde het lichaam van Lont aan op het Duitse waddeneiland Amrum. De lichamen van de andere twee bemanningsleden zijn nooit gevonden.
De organisatie zocht al zeven jaar naar het wrak. Ze zocht eerder niet in dit gebied, maar juist in het Duitse Helgoland. Totdat Kremer opnieuw is gaan kijken naar waar het lichaam van Lont was aangespoeld. Op basis van de stromingen berekende hij waar het schip gezonken moest zijn. Daarbij kwam hij uit op Sylt, waar een wrak lag dat mogelijk de WR-6 kon zijn. Zaterdag na de duikexpeditie bleek dat het inderdaad om de vermiste kotter gaat.
De nabestaanden het nieuws vertellen, was volgens Meeldijk heel mooi. "Het was heel emotioneel, en ook een opluchting voor hen. Er ging van alles door hen heen. Na zoveel jaren onzekerheid was dit een last die van hen afviel."







