Eind juni 2026 ontvingen 413.000 mensen tot de AOW-leeftijd een algemene bijstandsuitkering, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS. Dat zijn er 4.000 meer dan een jaar eerder. Al twaalf kwartalen op rij groeit het aantal bijstandsgerechtigden ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Toch ligt het totaal nog altijd iets onder het niveau van vóór de coronacrisis.
De grootste toename is te zien bij jongeren tot 27 jaar. Het aantal jonge bijstandsgerechtigden steeg met 5,7 procent tot 44.000. Daarmee stijgt deze groep al veertien kwartalen op rij. Sinds het vierde kwartaal van 2022 is de groep met 27 procent gegroeid. De piek lag eind 2023, toen het aantal in één kwartaal met 9,2 procent toenam. Daarna vlakte de groei af tot 4,1 procent eind vorig jaar, om de laatste kwartalen weer wat aan te trekken.
Bij de andere leeftijdsgroepen gaat de stijging veel langzamer: onder 27- tot 45-jarigen groeide het aantal met 0,8 procent tot 140.000, en onder 45-plussers tot de AOW-leeftijd met 0,2 procent tot 229.000.
De algemene bijstand is er voor mensen die niet genoeg middelen hebben om in hun levensonderhoud te voorzien. Er is sprake van onvoldoende inkomen als het (gezamenlijke) inkomen lager is dan het sociaal minimum. Grofweg de helft van de mensen in de bijstand is niet in staat om te werken door ziekte of arbeidsongeschiktheid. Jongeren hebben vaak nog geen arbeidsverleden, waardoor ze minder vaak recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering zoals de WIA.






