Bij de Nederlandse spermabanken in ziekenhuizen en vruchtbaarheidsklinieken mogen donoren in totaal maximaal 12 wensmoeders aan nakomelingen helpen, of volgens een oudere richtlijn maximaal 25 kinderen verwekken. Maar wanneer iemand op eigen houtje opereert, buiten de spermabanken om, hoeft hij zich niet aan limieten of andere voorwaarden te houden.

Spermadonor S. heeft die 'spermabanklimiet' allang bereikt, maar bleef daarnaast actief op de informele donormarkt. Via oproepjes op sociale media helpt hij vrouwen bij hun kinderwens.

Dat gebeurt via zelfinseminatie, met een zaadlozing in een bekertje waarna de wensmoeder het sperma inbrengt. En soms ook door seks met wensmoeders te hebben. Hij beweerde tegen de vrouwen dat zijn aantal nakomelingen beperkt was en opereerde onder verschillende namen.

Het ministerie van Volksgezondheid was al sinds 2017 op de hoogte van de donoractiviteiten van S., zo beaamt een woordvoerder na berichtgeving van Nieuwsuur. Maar dat het ministerie ook wist op welke schaal hij doneerde, kan de zegsman niet bevestigen. Duidelijk is wel dat het ministerie niet ingreep. Het verwekken van extreem veel kinderen via de informele route is namelijk niet verboden.

Maar dat S. twee jaar later plaatsnam in een speciale commissie die namens de overheid de donorwet evalueerde, "had niet moeten gebeuren". "Dat het toch is gebeurd, betreuren we ten zeerste", aldus de woordvoerder.