Programmamaker Tim Hofman en activist en schrijver Joris Luyendijk kregen het in het online interviewprogramma BOOS Grote Gesprekken aan de stok over Gaza en Oekraïne. Eigenlijk ging hun verschil over één woord: ons. Luyendijk vroeg zich af waar links is wanneer Oekraïne vecht tegen een macht die niet alleen grondgebied wil veroveren, maar een cultuur en uiteindelijk een politieke orde wil breken. Hofman bleef terugduwen: waarom zou Gaza dan níét over ons gaan?

Maar ‘ons’ is een woord met twee gezichten. Met de radicaal-rechtse versie van dat woord heb ik voldoende kennisgemaakt. Zodra ik mij uitspreek over Nederland, blijkt mijn Nederlanderschap voor sommigen voorwaardelijk. Een voormalig Eerste Kamerlid van de PVV noemde mij recent op X een „indringer”, een „invasier” die de regels wil bepalen, en eindigde zoals tegenwoordig vaker wordt geëindigd wanneer Nederlanders met een migratieachtergrond te mondig worden. „Remigratie.”

Dat wereldbeeld is tenminste helder. Nederland behoort vooral toe aan mensen die hier volgens een verschuivende maatstaf oorspronkelijk genoeg zijn. Na vijftien jaar in dit gave land, om oud-premier Rutte nog één keer van stal te halen, trek ik mij daar weinig van aan. Nederland is ook mijn land. Over de vraag óf ik bij dat „ons” hoor, ben ik dus wel uitgepraat. Interessanter is wat dat „ons” vervolgens betekent. Hebben mensen binnen een politieke gemeenschap bijzondere verplichtingen tegenover elkaar? Mag nabijheid ertoe doen? Mag een land zijn eigen burgers zwaarder laten wegen dan mensen verder weg?