Soms kan een enkel woord veel zeggen. „Eng”, bijvoorbeeld. Dat de game-industrie in een dramatische periode van verandering terecht is gekomen, met grote ontslagrondes en sluitende studio’s, weet iedereen die iets met videogames doet. Maar journalist en influencer Geoff Keighley, die zichzelf de afgelopen jaren opwierp als officiële spreekstalmeester van de industrie, draaide er de afgelopen jaren vaak omheen; hoogstens noemde hij de situatie „triest”.

Elk jaar streamt Keighley op de vooravond van gamebeurs Gamescom in Keulen een grote show vol reclame voor nieuwe games – een van drie soortgelijke spektakelavonden. Hij blijft doorgaans hyperoptimistisch en gericht op het afraffelen van zoveel mogelijk gamereclame in een avond. Dit jaar opende hij de show echter voorzichtig met de boodschap: het is tof om te zien hoeveel er verandert in de industrie, maar eigenlijk is het ook wel eng.

Oké – vervolgens vulde hij de avond zoals altijd met veel veilige reclames voor veilige games die erg op elkaar lijken. Toch, de opmerking markeert een kanteling. Dankzij lage rentes op leningen en groeiende inkomsten gaven grote gamemakers tot 2022 gigantisch veel geld uit aan studio-overnames en nieuwe gameprojecten. Te veel. In 2023 volgde de crash. Drie jaar later worden op Gamescom de contouren van een marktverschuiving duidelijk.