Hij leeft een verborgen leven, in dicht struikgewas en moerassig gebied. Bovendien is hij klein en camouflerend lichtbruin. „Je ziet ’m nauwelijks. Maar horen doe je ’m des te meer”, zegt Albert de Jong van Sovon Vogelonderzoek Nederland, over de Cetti’s zanger. „Deze kleine zangvogel maakt
heel veel geluid
.”
Na maanden van overwegend warm weer kwam ter redactie de vraag op: welke nieuwe soorten dieren en planten zijn als gevolg van klimaatverandering eigenlijk al opgerukt naar Nederland? De Cetti’s zanger is een typisch voorbeeld, zegt De Jong. De zangvogel kwam in twee golven. Vanaf de jaren 20 begon hij zich vanuit Zuid-Europa te verspreiden. Eind jaren 60 kwam hij voor het eerst in Nederland. „Maar enkele ‘elfstedentochtwinters’ deden de toenmalige populaties de das om”, zegt De Jong. Rond 2000 kwam hij opnieuw. Dit keer met meer succes. Sinds 2010 zijn de aantallen, met name als gevolg van de zachte winters, explosief toegenomen. De Biesbosch geldt als bolwerk, maar de soort heeft zich inmiddels over grote delen van West-Nederland verspreid.
Een rondgang langs allerlei natuur- en onderzoeksinstanties leert dat een officiële lijst van nieuwe, door klimaatverandering opgerukte soorten niet bestaat. In theorie zou die wel te maken moeten zijn, op basis van het Nederlands Soortenregister, dat informatie bevat over alle soorten planten, dieren en schimmels.








