Bijna september, dat betekent: opvallend veel 18-jarigen met slordig gestrikte stropdassen in de binnensteden, in roedels op weg naar de volgende ontgroeningsactiviteit. Niemand die weet wat meneer de praeses nu weer heeft bedacht, maar het zal iets met bier zijn.

Jarenlang is er gediscussieerd over de vraag of ontgroeningen nog van deze tijd zijn. Nee, zeiden de knorren. Ja, zeiden de ballen. Her en der begonnen er wat universiteiten toezicht te houden, sommige corpora introduceerden vertrouwenspersonen, die getraumatiseerde novieten te woord kunnen staan in de uurtjes waarop ze zelf even niet bezopen zijn. De ontgroening lijkt te blijven bestaan, al was het maar omdat het voor de eerstejaars niet te verteren moet zijn om nooit de rol van de beul te mogen spelen.

”Je ziet dat het wereldwijd eigenlijk heel normaal is om mensen in te wijden in een groep, of je nou bij een orkest zit, de scouting of een studentenvereniging”, zei oud-lid en schrijver van De kunst van het ontgroenen Barend Last afgelopen week op de radio. Alsof een kennismakingsrondje en iemand vertellen waar de koffie staat hetzelfde is als nieuwe leden door hun eigen kots laten kruipen.

Last (nomen est omen, om in de voertaal van het corps te blijven hangen) heeft het zelf ook niet makkelijk gehad bij zijn vereniging, waar hij, zo meldde studentenblad Folia, ”bij een etentje als vermaak op tafel werd gelegd. Eerst gooiden ouderejaars bier over zijn gezicht, toen volgde er mayonaise en al snel had hij etensresten in zijn onderbroek”.