Volgens econoom Marjolijn Jaarsma van statistiekbureau CBS zijn er steeds meer auto's op de markt. "En mensen kopen meer, maar het hangt wel van het inkomen af welk type ze kopen."

De hoogste inkomensgroep kocht bijna 236.000 auto's. De 10 procent mensen met het laagste inkomen kochten het minst vaak een auto, ruim 83.000 keer.

De auto's zijn vorig jaar nieuw of tweedehands gekocht of van eigenaar gewisseld. De 30 procent mensen met de hoogste inkomens kochten ruim 40 procent van de verkochte auto's, de 30 procent mensen met de laagste inkomens bijna 17 procent.

Hierbij is gerekend met het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen. Van alle verkochte auto's rijden bijna 1,4 miljoen op benzine. Het aandeel dieselauto's is het grootst bij de laagste 10 procent inkomensgroep. Bijna 259.000 van de verkochte auto's waren FEV's (volledig elektrische auto's) of PHEV's (plug-inhybrides).

Daarvan zijn er bijna 75.000 gekocht door mensen met de hoogste 10 procent inkomens. De inkomensgroep daaronder kocht 48.000 stekkerauto's.