Syrië heeft een Israëlische aanval op het Syrische dorp Beit Jinn, ten zuidwesten van hoofdstad Damascus, veroordeeld. Het ging om een drone-aanval waarbij volgens Syrische autoriteiten een voertuig werd geraakt en meerdere mensen gewond raakten.

Het Israëlisch leger schrijft op sociale media dat ze op een „terrorist” hebben geschoten die bezig was met de „laatste voorbereidingen voor terreuraanslagen” en een „onmiddellijke bedreiging” vormde voor Israëlische militairen.

De aanval volgt enkele dagen nadat Israël meerdere bombardementen uitvoerde op een Syrische luchtmachtbasis in de buurt van de grens met Turkije. Volgens Israël stond Turkije – een bondgenoot van Damascus – op het punt om Turkse troepen op de basis te stationeren. Door dit toe te laten zou Syrië de „status quo” in de regio doorbreken, aldus Israël. Zowel Turkije als Syrië ontkennen dat er sprake was van een Turkse troepenstationering.

Sinds de aanval op de luchtmachtbasis dinsdag, is het contact tussen de tussen Israël en Syrië, volledig verbroken, zei de Syrische minister van Buitenlandse Zaken Asaad al-Shaibani zaterdag in een interview met persbureau Reuters. Eerder al, aan het begin van de Iran-oorlog, waren gesprekken tussen de twee landen over een veiligheidsovereenkomst stilgelegd.