De bank kwam tot die conclusie door te kijken naar de betalingen van ongeveer 1 miljoen klanten. In de eerste helft van dit jaar betaalde een gemiddeld huishouden zo'n 160 euro per maand aan energie. Dat bedrag is nauwelijks gestegen, terwijl de prijzen op de energiemarkt wel omhoog gingen.
"Opvallend is dat de doorsnee-energierekening ondanks hogere markt- en contractprijzen nog nauwelijks is opgelopen", merken de economen op in het vrijdag verschenen rapport. "Naarmate meer vaste energiecontracten aflopen, zouden meer huishoudens blootgesteld moeten zijn aan hogere prijzen."
Veel mensen zitten nog vast aan een energiecontract. Pas als zo'n contract afloopt, merken ze de hogere prijzen. En zelfs dan valt het vaak mee, want de nieuwe prijzen liggen volgens ABN AMRO niet veel hoger dan een jaar of twee geleden. Vooral gas is duurder geworden, maar de meeste huishoudens gebruiken meer stroom dan gas. Daardoor komt hun nieuwe contract vaak op een vergelijkbaar bedrag uit als het oude.
De situatie verschilt duidelijk van de energiecrisis in 2022, na de Russische inval in Oekraïne. Toen was na een paar maanden in transactiedata al terug te zien dat huishoudens fors meer gingen betalen.
Aan de pomp merken Nederlanders wel wat meer pijn in hun portemonnee. Tussen maart en juli gaven huishoudens gemiddeld 765 euro uit aan brandstof, tegen 708 euro een jaar eerder. Dat is 8 procent meer. Die stijging is trouwens kleiner dan de stijging van de brandstofprijzen zelf. Volgens ABN AMRO betekent dat dat mensen minder tanken, of vaker naar een goedkoper tankstation gaan.







