Daarmee wordt een reeks van vier opeenvolgende maanden van prijsdalingen doorbroken. De omslag hangt direct samen met de sterk gestegen energieprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten. In februari, voor het begin van de Iranoorlog, daalden de prijzen nog met 2,4 procent. Door het conflict in het Midden-Oosten zijn de olieprijzen sterk gestegen.

Een vat ruwe North Sea Brent kostte in april ruim 47 procent meer dan een jaar eerder; in maart was dat al ruim 27 procent. Ter vergelijking: in februari lag de olieprijs juist nog ruim 18 procent onder het niveau van het jaar ervoor.

De prijsstijgingen blijven niet beperkt tot Nederland. De Wereldbank waarschuwde eind april dat energieprijzen wereldwijd in 2026 naar verwachting met 24 procent stijgen, het hoogste niveau sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022. Ook consumenten in de eurozone merken de gevolgen: de gemiddelde benzineprijs in de EU steeg tussen eind februari en eind april met 12 procent.

Voor de Nederlandse inflatie zijn de hoge producentenprijzen een risicofactor. Bedrijven berekenen stijgende inkoopkosten door aan hun afnemers, wat uiteindelijk in de consumentenprijzen terechtkomt. De Nederlandse inflatie bedroeg in april 2,8 procent, iets meer dan de 2,7 procent van maart.