Komt-ie er nu wel of komt-ie er niet? Dat is de vraag die veel Amsterdammers hebben over de Oostbrug over het IJ. Die fiets- en voetgangersbrug moet Amsterdam-Noord beter met de rest van de stad verbinden. Maar in de van zomerreces teruggekeerde Amsterdamse gemeenteraad ligt een heel andere vraag op tafel. Waarom heeft wethouder Melanie van der Horst een voorlopige raming van de opgelopen kosten van de brug niet vóór de gemeenteraadsverkiezingen met de raad gedeeld?
Uit door de lokale omroep AT5 via de Woo (Wet open overheid) opgevraagde stukken blijkt dat D66-wethouder Van der Horst ruim een maand voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart al wist hoezeer de kosten van de Oostbrug zouden oplopen. Die gaan niet de door het vorige college gereserveerde 325 miljoen euro bedragen, maar, volgens de raming, ruim het dubbele: tussen de 650 en 850 miljoen. De Telegraaf bracht die bandbreedte in juni rond de coalitieonderhandelingen naar buiten.
Ambtenaren schrijven eind vorig jaar die raming vóór de gemeenteraadsverkiezingen beschikbaar te willen stellen aan Van der Horst, „zodat zij kan beslissen deze voor of na de verkiezingen openbaar te maken”. Ook werd begin dit jaar geen voortgangsrapportage over de ontwikkeling van het IJ-gebied aan de raad gestuurd „vanwege de verkiezingen”, zo valt te lezen in de geopenbaarde stukken. Dat gebeurt normaal gesproken ieder half jaar.







