Een kunstscoop van de BBC, eerder deze maand, heeft in Engeland een fel maatschappelijk debat ontketend: zijn de muurschilderingen van de anonieme graffitikunstenaar Banksy een zegen of een vloek? Gaat het om waardevolle kunst of vandalisme?
De BBC had via een beroep op Freedom of Information (de Engelse evenknie van de Wet Open Overheid) geopenbaard hoeveel publiek geld er gemoeid is met het verwijderen en beveiligen van een aantal van Banksy’s openbare werken. Het bleek om een bedrag van zo’n 150.000 pond (175.000 euro) te gaan. „En de rekening zal nog oplopen”, voorspelde de nieuwsorganisatie.
Voor de verwijdering van één van die werken betaalde „de belastingbetaler” bijna 60.000 euro: de politieke beladen schildering op een muur van de Royal Courts of Justice in Londen. Daarop is een rechter met pruik te zien die dreigend boven een demonstrant staat, hamer in de hand. Het werk verrees kort na een demonstratie in Londen. Daarbij waren honderden mensen opgepakt die protest aantekenden tegen het feit dat Palestine Action tot terrorismenetwerk was verklaard. Rechters draaiden die beslissing niet terug.
„Het is schandalig dat er tienduizenden ponden aan belastinggeld – en misschien wel meer – moeten worden uitgegeven om de rommel van Banksy op te ruimen; hij lijkt te denken dat hij het recht heeft om ongestraft openbare gebouwen te bekladden”, zei Nick Timothy, de schaduwminister van Justitie, tegen de BBC. Volgens hem moet er een eind komen aan het „vandalisme” van Banksy, die „zelf moet opdraaien voor de kosten waar hij anderen mee opzadelt”.







