De zaak
Een man had een vergunning van de gemeente Groningen voor een steiger bij zijn pand. Die liep op 3 december 2022 af, maar de steiger bleef staan. Na een eerste waarschuwing spraken toezichthouders de man op 24 december wederom aan. Hij kreeg een uur om de steiger weg te halen, anders zou de al aanwezige steigerbouwer van de gemeente het doen, op zijn kosten.
De man haalde zelf de steiger weg, maar vroeg wel een besluit op schrift. Volgens hem was sprake van een last onder bestuursdwang. Dat houdt in dat de overheid iemand opdraagt een overtreding te beëindigen, anders zal de overheid het zelf doen. Dat moet bij schriftelijk besluit – waardoor je in bezwaar, beroep en hoger beroep kunt.
De gemeente weigerde een schriftelijk besluit; er was volgens de gemeente geen sprake van een last onder bestuursdwang. Daartegen ging de man in beroep bij de bestuursrechter van de rechtbank in Groningen. Die gaf de gemeente gelijk. Een mondeling geboden kans om een overtreding op te heffen was volgens de rechtbank geen besluit.
De man ging in hoger beroep. Hij betoogde dat hij door het handelen van de gemeente geen rechtsbescherming had. Hij had de steiger alleen weggehaald omdat de gemeente dreigde het anders zelf te doen. Als je alleen naar de bestuursrechter kan als de dwang al is toegepast, zijn de kosten al gemaakt en riskeer je dat je daarvoor opdraait, aldus de man.









