Zeker meer dan een miljard euro is ermee gemoeid, met het toekomstige datacenter voor Microsoft in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Google gaf in Nederland bijna 4 miljard euro uit om ‘hyperscalers’ te bouwen in Middenmeer, Groningen Eemshaven en Winschoten. En toch verbleken die cijfers bij wat er wereldwijd, met name in de Verenigde Staten, in datacenters wordt geïnvesteerd.
Datacenters zijn de motorblokken van de AI-revolutie. Ze staan aan de basis van de snelle groei van kunstmatige intelligentie, die steeds meer rekenkracht vereist. Of je nu gamet, appt, mailt, een film kijkt of een large language model als ChatGPT gebruikt, datacenters leveren de infrastructuur die dit gebruik mogelijk maakt.
Rekenkracht is in de ogen van Big Tech en de financiële markten allesbepalend geworden voor toekomstig succes. Vandaar dat grote Amerikaanse spelers als Meta (Instagram, WhatsApp, Facebook), Microsoft en Alphabet (Google, YouTube) over elkaar heen buitelen om zo snel, zo veel en zo groot mogelijk datacenters te bouwen.
Dat gebeurt op zo’n ongekende schaal dat die investeringen de groei van de wereldeconomie overeind houden. Ondanks de perikelen in en rondom de Straat van Hormuz stelde het Internationaal Monetair Fonds zijn jongste verwachtingen nauwelijks bij. De wereldwijde groei komt dit jaar gewoon op 3 procent uit, voorspelde het IMF. Met dank aan de snelle ontwikkelingen in de informatietechnologie.






