Telefoontje van mijn zwager, de vader van mijn nichtje van twee. „Weet je waar je het schepje en emmertje hebt gelaten?”

Ik denk diep na. Ik had een dag opgepast, we waren naar het bos gegaan. Ik droeg mijn nichtje op mijn heup en trok de buggy door het mulle zand, toen mijn hond moest poepen. De prullenbak was nog ver, dus legde ik het poepzakje in de buggy, naast het schepje en het emmertje. „Liggen ze niet gewoon in de kinderwagen?” Dan schrik ik. Als het schepje en de emmer daar nog liggen, dan liggen de drollen van mijn hond er ook nog. Mijn zwager is al bij de auto. „Ik heb hier inderdaad het schepje en de emmer — en ja, ook de drollen van Pippa.” Mijn zusje appt later dat ze het al zo vond stinken in haar auto.

Het was een klein incident. Er was niemand gewond, mijn nichtje had ik die middag thuis afgeleverd met tien tenen en tien vingers en het nieuwe woord ‘kinderboerderij’. Maar toch was het voor mij weer een bevestiging: de rol van moeder past niet bij mij. Mijn vader noemt me al sinds mijn jeugd ‘captain chaos’. Ik heb al moeite om mezelf in leven te houden, laat staan kinderen. Die ik overigens ook graag de klimaatverandering wil besparen.

Wel wil ik bijdragen aan de opvoeding van mijn nichtje en neefjes. Vanzelfsprekend is dat niet. „Mensen zonder kinderen lijken geen rol te spelen in het familieleven van mensen met kinderen”, zei de Britse schrijver Aminatta Forna in 2024 in een aflevering van tv-programma Tegenlicht. „Het wordt niet eens in overweging genomen.” Ouders en niet-ouders leven in twee werelden. Wie kiest voor kinderen krijgt door kinderopvang en school vooral contact met andere ouders. Wie niet voor kinderen kiest, trekt vaker op met andere niet-ouders.