Achter de betonblokken die het provinciehuis van Noord-Brabant barricaderen, staan trailers, plaszuilen en een groot scherm om het spoeddebat binnen te volgen. Jimmy Pasman, met John Deere-petje en sportzonnebril, rent op en neer. Hij gaat tape halen. Aan een hamburgerkraampje, net buiten de betonblokken, bevestigt Pasman twee vlaggen van Farmers Defence Force. Twee weken is hij al in de weer met voorbereidingen voor de actie van vandaag.
Op de vroege donderdagochtend heeft Pasman zijn busje pontificaal op de afgezette weg voor het provinciehuis geparkeerd. Op het dak staat een omgekeerde Nederlandse vlag, een rood-wit geschilderd frame met de tekst politiek hakblok en daarop een pluchen kip. De kop van de kip wordt afgesneden door een papieren bijl, met daarop de naam van landbouwminister Jaimi van Essen (D66).
Pasman is geen boer. Hij is machinist bij een transportbedrijf. „Ik heb vandaag vrij genomen.” Sinds het boerenprotest in Den Haag op 1 oktober 2019 is hij bij 27 demonstraties geweest, zegt hij. „Ook ik kan niet zonder boeren.” Een vriendengroep uit Wijk en Aalburg en een ouder stel uit het buitengebied tussen Arnhem en Nijmegen zijn ook weer komen opdagen. Maar van de duizenden die destijds in Den Haag waren, zijn alleen de fanatiekelingen overgebleven. „Mensen haken af”, zegt Pasman. „We hopen maar dat het iets uithaalt.”












