Inmiddels gaat ruim 3 procent van de totale uitgaven van huishoudens naar afhaal- en bezorgmaaltijden, tegenover ongeveer 1,6 procent in 2015. Dat blijkt uit een analyse van De Nederlandsche Bank (DNB).

De coronapandemie heeft die ontwikkeling waarschijnlijk versneld. Toen restaurants hun deuren moesten sluiten, stapten veel ondernemers over op bezorgen en afhalen. Consumenten ontdekten ondertussen hoe makkelijk het is om met een paar tikken op hun telefoon eten te bestellen.

Die gewoonte bleek hardnekkig. Ook toen restaurants weer open mochten, bleven veel Nederlanders gebruikmaken van maaltijdbezorging.

Dat we meer geld uitgeven aan bezorg- en afhaalmaaltijden betekent niet automatisch dat we ook twee keer zo vaak bestellen. Maaltijden zijn de afgelopen jaren ook flink duurder geworden.

Restaurants en bezorgbedrijven kregen de afgelopen jaren te maken met hogere lonen, duurdere energie en duurdere ingrediënten. Een deel van die hogere kosten kwam op het bord van de klant terecht.