„Vandaag klinkt voor de kinderen de laatste schoolbel”, snikt directeur Tetjana Oesenko van de school van Radoesjne tegen een lokale nieuwszender. „Die had in september het begin van het nieuwe schooljaar moeten inluiden, maar in plaats daarvan symboliseert ze onvervulde dromen, nooit geschreven opstellen en verloren liefdes.” In het kleine dorp in centraal Oekraïne nemen inwoners met bloemen en pluche knuffeldieren afscheid van de tien doden, onder wie zeven kinderen, die vielen bij een zware Russische aanval met drones en raketten. Het huis van de familie Voronov incasseerde een voltreffer, het jongste slachtoffer was achttien maanden oud.
Volgens de Oekraïense president Volodymyr Zelensky was ten minste één van de raketten die op 30 juli in Radoesjne neerkwamen van Noord-Koreaanse makelij. Het zou gaan om een Hwasong-11A, een ballistische korteafstandsraket gebaseerd op de Russische Iskander, met een maximaal bereik van zo’n negenhonderd kilometer. Het was de eerste gedocumenteerde inzet van een Noord-Koreaanse korteafstandsraket sinds een jaar in Oekraïne, maar het lijkt slechts een voorproef van het leed dat het land te wachten staat. Dinsdag werden volgens Zelensky bij aanvallen in Zaporizja en Kyiv ook Noord-Koreaanse raketten gebruikt.












