Volgens de onderzoekers is de vaak illegale handel in gemummificeerde lichaamsdelen de afgelopen jaren sterk gegroeid, onder meer door de opkomst van sociale media. Het gaat voornamelijk om "losse lichaamsdelen, zoals handen en voeten".
Deze handel brengt ernstige gezondheidsrisico's met zich mee. Bij het mummificeren werden door de eeuwen heen verschillende giftige stoffen gebruikt om ontbinding te vertragen, waaronder zware metalen als arseen, kwik en lood. "Deze middelen brengen gevaren met zich mee vanwege hun giftigheid", schrijven de onderzoekers.
Daarnaast kunnen gemummificeerde overblijfselen nog slapende micro-organismen bevatten. Als mummies worden verstoord of verplaatst, kunnen deze schimmelsporen "wakker worden" en in de lucht terechtkomen. Dat kan een gezondheidsrisico vormen voor mensen die ermee in contact komen.
Zo werd blootstelling aan aspergillus-schimmelsporen eerder al in verband gebracht met de dood van tien van de twaalf onderzoekers die in de jaren zeventig het graf van de Poolse koning Casimir IV openden. Ook wordt vermoed dat George Herbert in 1923 mogelijk overleed aan een ernstige schimmelinfectie na blootstelling aan aspergillus-sporen. Hij financierde de opgraving van het graf van de Egyptische farao Toetanchamon.










