Vijf zwerfkatten hangen op de bank in een sloophuis. Ze zeggen heel vaak fucking en cunt. Stoere, cynische katers, gehard door het leven op straat. Terwijl ze de buurt onveilig maken, komen ze een verdwaalde kitten tegen, die ze opnemen in hun midden. Het hart van de rode kater Gus bloeit open.

Met de Netflixserie Alley Cats slaat de Britse komiek Ricky Gervais een onverwacht pad in, die van de dierenanimatie. In feite is het een hangaround sitcom, met een vriendengroep die op een bank hangt, waarbij de grap is dat het beeld van de schattige katten botst met de cynische, hardgekookte dialogen. De gesprekken gaan vaak over de dood en geweld, en hoe deprimerend het leven is.

Gervais maakte eerder de comedyseries The Office, Extras en After Life, gebouwd op cringe humor. Ook de registraties van zijn stand-up-voorstellingen trekken veel publiek. Die laatste oogsten ook kritiek omdat Gervais graag grappen maakt ten kosten van gemarginaliseerde groepen, in het bijzonder trans personen. Volgens Gervais reflecteren dit soort grappen niet zijn mening, maar zijn ze nodig om „het taboe” te doorbreken.

Negen levens, nul keer lachen

De animatie wordt verzorgd door Blink Industries, bekend van Don’t Hug me I’m scared. De stemmencast bestaat uit komieken die vaak eerder met Gervais werkten. Gervais speelt zelf Gus, een obese, chagrijnige, vuilbekkende rode kater die alles en iedereen beledigt, maar die eigenlijk een klein hartje heeft. Gus lijkt sterk op Gervais’ eerdere personages, vooral die in After Life.