Nog maar drie jaar geleden besloten Arthur Mensch en twee van zijn voormalige studiegenoten om hun eigen leven, en Europa, drastisch te gaan veranderen. ChatGPT, van de Amerikaanse start-up OpenAI, had een half jaar eerder de ogen van de wereld geopend voor de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie. Zoiets kunnen wij ook, dachten de drie jonge Franse AI-onderzoekers, maar dan wel op onze manier.

Zonder enige ondernemerservaring richtten ze een bedrijf op dat ze Mistral AI noemden, naar de krachtige noordenwind in het oosten van Frankrijk. Een paar weken later haalden ze bij hun eerste investeringsronde meteen al 105 miljoen euro op.

Inmiddels is Mensch (34, en ceo van het bedrijf) het gezicht van de Europese ambitie om te voorkomen dat het continent volledig afhankelijk wordt van Amerikaanse of Chinese AI. Een ernstige, strijdlustige en tegelijk jongensachtige man met een vaak warrig kapsel, die zich met verve presenteert als het Europese alternatief voor de Amerikaanse techbros. En niet alleen omdat hij door het drukke Parijse verkeer op de fiets naar zijn werk komt, en met z’n fietshelm in de hand op afspraken met zakelijke relaties verschijnt.

De Fransman is een nuchter mens. Hij is een man met een missie, maar hij laat zich niet leiden door ideeën uit sciencefictionromans. Hij denkt niet dat hij hoogstpersoonlijk de mensheid gaat redden, of dat een geavanceerde vorm van AI „zand kan laten denken” (zoals Demis Hassabis van Google’s DeepMind). Hij laat Mistral geen AI-versie van zichzelf maken (zoals Mark Zuckerberg van Meta). Ook fantaseert hij niet hardop over datacenters in de ruimte (zoals Bezos van Amazon en Musk van SpaceX). En hij is uiterst sceptisch over de heilige graal van de Amerikaanse AI-bazen, Artificial General Intelligence (AGI) of Superintelligence, het idee dat kunstmatige intelligentie binnen een paar jaar de mens in alles kan overtreffen.