Na de laatste sproeibeurt vorige week dinsdag lag het hoofdveld van FC ’s-Gravenzande er nog twee dagen lang prachtig bij. Strak en groen als een biljartlaken en volledig bijgezaaid, vooral rond het doelgebied, om de sporen van het afgelopen seizoen uit te wissen.

Maar al op donderdag, de dag nadat het Hoogheemraadschap van Delfland alle bedrijven, inwoners en sportverenigingen had verboden water uit sloten, beken en kanalen te halen, zag John Jonk, de verenigingsmanager, de eerste bruingele vlekken ontstaan. Op de plekken waar de sproeier al niet veel water had gegeven, „want zo’n installatie verdeelt nooit gelijkmatig”. En na dit weekend trof hij, „vooral in het midden”, al hele stroken bruingeel gras.

En het sproeiverbod wordt gehandhaafd, dat merkte een club in Monster, dat de dag na ingaan tóch even had gesproeid. ‘Ze kregen gelijk commentaar van de controleurs’

En zo moet Jonk lijdzaam toezien hoe zijn grasmat, omgeven met tribunes die plek kunnen bieden aan drieduizend man, steeds verder uitdroogt en straks misschien wel sterft, zonder dat hij daar iets aan kan doen. Want FC ’s-Gravenzande, een club met 1.600 leden, onttrekt voor alle acht natuurgrasvelden het water uit een vijver op het sportcomplex en enkele sloten, wat dus verboden is vanwege de droogte. In de weer „met gietertjes” heeft geen nut. „Het gaat om zó veel water: we sproeien met warm weer op elk veld zeker drie keer per dag, 25 minuten per sproeibeurt.”