Midden in de escalerende luchtoorlog tegen Rusland is deze zomer een uiterst somber scenario werkelijkheid geworden voor Oekraïense burgers: ballistische raketten die, met al hun verwoestende kracht, vrij spel hebben. Tegen drones en kruisraketten heeft Oekraïne zich in de loop van de oorlog grotendeels weten te beschermen, dankzij westerse hulp en een eigen innovatieve defensie-industrie. Maar de verdediging tegen ballistische raketten is de afgelopen maanden geleidelijk weggevallen, zoals woensdag bleek in Kyiv, waar zeventien burgers omkwamen. Zoals vaker deze zomer wist de Oekraïense luchtverdediging geen enkele van de 24 ballistische raketten te onderscheppen. „Dit gaat over de bescherming van mensenlevens. Dit zijn echte mensen, individuele mensenlevens”, zei president Volodymyr Zelensky.
De voornaamste oorzaak van de groeiende Oekraïense onmacht is een gebrek aan kwalitatief hoogwaardige luchtafweer, met name door de schaarste aan Patriotraketten, het geavanceerde onderscheppingswapen van de Amerikaanse wapenfabrikanten Raytheon en Lockheed Martin. Specifiek gaat het om de PAC-3 MSE, de modernste raketvariant, die door militaire experts wordt beschouwd als nagenoeg de enige die efficiënt kan afrekenen met hypersonische ballistische raketten. Anders dan kruisvluchtwapens, die laag boven de grond vliegen met de snelheid van ruwweg een verkeersvliegtuig, duiken ballistische raketten na hun lancering binnen korte tijd van zeer grote hoogte met snelheden boven de vijfduizend kilometer per uur bijna loodrecht naar beneden. Dat vergt een reactietijd van minuten, of zelfs seconden, van een luchtafweerbatterij.















