Is het nu een crisis, of juist een buitenkans voor de grote oliereuzen wereldwijd? Sinds de oorlog in het Midden-Oosten afgelopen februari begon, zitten olietankers vast in een van de belangrijkste zeestraten en raken gasinstallaties beschadigd. Waar de consument de prijs betaalt voor de krapte en volatiliteit die daarmee gepaard gaat, profiteren de olie- en gasconcerns.
Dat kwam duidelijk naar voren in de financiële cijfers over het tweede kwartaal van dit jaar die zes grote oliebedrijven de afgelopen dagen publiceerden. Shell, BP, TotalEnergies, Saudi Aramco, ExxonMobile en Chevron maakten samen meer dan tachtig miljard dollar winst in drie maanden, ruim 37 miljard dollar meer ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder.
Net als vorig kwartaal verdienden de oliebedrijven veel meer dan normaal door ‘Hormuz’. Zo zag Chevron z’n winst bijna vervijfvoudigen en de winst van ExxonMobil en Shell verdubbelde.
De bedragen doen denken aan 2022, toen de prijs van energie na de Russische inval in Oekraïne ook omhoog schoot. Over dat hele jaar genomen maakten deze zes oliebedrijven samen meer dan 350 miljard dollar winst.
Hoewel deze bedragen uitzonderlijk zijn, geldt voor veel grote oliebedrijven dat zij al bijna zes jaar geen enkel kwartaalverlies noteren. Alleen in het begin van de coronapandemie, toen de economie vertraagde, draaide een deel van de oliereuzen verlies.













