De dood van de 42-jarige Libanese journalist Amal Khalil door een Israëlische aanval in april moet worden onderzocht als een oorlogsmisdaad, schrijven ngo’s Human Rights Watch en Amnesty International donderdag nadat beide organisaties onderzoek deden naar de aanval. Volgens de ngo’s was het Israëlische leger zich op het moment van de aanval bewust dat Khalil een burger was, of hadden ze dat op zijn minst móeten weten.
Human Rights Watch heeft gekeken naar video’s van het incident, getuigenverklaringen en een verzoek om toegang te krijgen tot de uiteindelijk gebombardeerde locatie, dat het Libanese Rode Kruis verstuurde aan het Israëlische leger. Amnesty International verwijst naar getuigenissen van de enige overlevende van de aanval en hulpverleners, „ondersteund door audiovisueel bewijs en andere bronnen”.
Volgens Amnesty International hadden Amal Khalil en haar cameravrouw Zeinab Faraj eind april gehoord dat het Israëlische leger zich had teruggetrokken uit het Zuid-Libanese dorp Al-Tiri. Dat wilden Khalil en Faraj verifiëren. Ze reden naar Al-Tiri achter een andere auto aan.
Die auto werd om 14.30 uur gebombardeerd, schrijft Human Rights Watch. De twee inzittenden kwamen om, volgens het Israëlische leger waren de inzittenden Hezbollah-leden. Khalil en Faraj verlieten daarna hun auto en zochten een veilige plek op in een gebouw dichtbij. Om 15.00 uur stuurde de VN-vredesmacht in Libanon (UNFIL) een verzoek van het Libanese Rode Kruis naar het Israëlische leger: ze wilden veilig het gebied kunnen betreden om de vastzittende journalisten te redden.










