Gehaast bewegen de zes studenten zich door de kelder van een pand aan de Herengracht in Amsterdam. Muziekkapel Tzigane moet over twee minuten op. Ze dragen allemaal traditionele kleding. „Gast, dat strikje kan echt niet. Iemand, help hem nú even.” Enkele momenten eerder zijn de mannen met hun cello, contrabas, gitaar en drie violen binnen komen hollen. „Boys, ben ik gestemd? Ben ik gestemd?” Eerste violist in opleiding Karel Cohen Stuart (19) speelt nog snel drie niet geheel zuivere noten. Een andere violist roept: „Iemand nog een biertje, gasten?” Orlando Weering (22), gitarist en leider van het gezelschap, duwt de jongens in een rij de trap op: „We gaan nu, we gaan nu, kom op, mannen!”
Alsof de chaos nooit bestond, lopen de zes musici – behalve Adriaan van Es zijn ze allemaal lid van het Utrechtsch Studenten Corps – naar de voorkant van de statige zaal. Op eerste viool speelt ‘primasz’ Van Es (23) met een aanzwellend vibrato de eerste noten. Steeds sneller voegen cello, contrabas, gitaar en de andere violen in. „Hasja, hoppa!”
Roaring twenties
Zigeunerorkest Tzigane – het woord ‘zigeuner’ wordt alleen nog gebruikt in verband met muziek – speelt vanmiddag bij kunsthandel P. de Boer tijdens de lancering van een biografie over Pyke Koch (1901-1991). De schilder was ooit zelf lid van de zigeunerkapel. Tzigane is opgericht in 1910 en viert dit jaar zijn 115-jarige jubileum; deze zomer brengt de Utrechtse zigeunerband daarom weer een plaat uit. Tzigane, vertelt tweede violist Splinther van Everdingen (24), begon in de roaring twenties zigeunermuziek te spelen, die toen populair werd. In de jaren vijftig schopte Tzigane het zelfs tot vaste band op de Holland-Amerika Lijn.











