Kemal Rijken heeft een punt als hij zegt dat het hoog tijd wordt om de Zalmnorm los te laten (NRC 6/7). De Nederlandse begrotingssystematiek dwingt investeringen telkens te concurreren met lopende uitgaven, en dat pakt slecht uit voor projecten met een lange horizon. Het achterstallig onderhoud aan wegen, bruggen en sporen, een opgave van 80 miljard euro, is daar het pijnlijkste voorbeeld van. Op dat probleem kom ik terug, want het verdient een beter antwoord dan Rijken geeft.

Robert Inklaar is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Zijn recept, meer lenen op de kapitaalmarkt, verwart namelijk geld met middelen. Minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) zei dat hij geen pinautomaat met gratis geld heeft. Stel dat hij die wél had: waar haalt hij dan de wegenbouwers, betontechnologen en netwerkspecialisten vandaan? Nergens. Want die zijn er niet, of ze werken al ergens anders.

De werkloosheid in Nederland is al jaren heel laag (nu 4,0 procent). En hoewel de arbeidsmarkt niet meer zo krap is als in 2022, hebben werkgevers nog steeds veel vacatures per werkzoekende; 91 vacatures per 100 werkzoekenden in het eerste kwartaal van 2026. En juist in de bouw is de vacaturegraad het hoogste. Door de vergrijzing is deze krapte bovendien geen conjunctureel verschijnsel: De Nederlandsche Bank vroeg zich al in 2024 af of dit het nieuwe normaal is, en het antwoord laat zich raden.