De vraag wordt gesteld op verjaardagen, aan keukentafels, in vergader- en collegezalen. Ouders willen weten welke studie hun kind nog perspectief biedt. Studenten twijfelen of hun net gekozen richting straks nog wel leidt naar een baan. Werknemers in allerlei beroepen zien hun vak snel veranderen en vragen zich hardop af of ze „iets met AI” moeten – en wat dan? Een lijstje, houvast, een routekaart: dát zou toch handig zijn. Welke vaardigheden zijn straks meer waard, welke minder? Kortom: welke stappen kun je zelf zetten om je carrière AI-bestendig te maken?
Marjolein ten Hoonte krijgt die vragen al vijftien jaar. „Dagelijks”. Ze is directeur Arbeidsmarkt voor Randstad Groep Nederland, dat duizenden mensen aan werk helpt, en ze is ambassadeur van Digitaal Talent Nederland, een organisatie die onderwijs, bedrijfsleven en overheid verbindt om het tekort aan digitale professionals te verkleinen. Maar juist zij weigert pertinent om zo’n lijstje te leveren. „Ik hoop dat we nog even verdwaald mogen blijven”, zegt ze. „Dat we de goede vragen blijven stellen, in plaats van te snel achter antwoorden aan te rennen.”
Want wie wil weten hoe onbetrouwbaar lijstjes van „toekomstvaardigheden” zijn, hoeft maar tien jaar terug te kijken. Toen luidde het advies overal, van politiek tot startupwereld tot onderwijs: ‘leer programmeren’. En wat blijkt nu het vak dat door AI de hardste klappen krijgt: inderdaad. Uit diverse recente studies blijkt dat het aantal vacatures voor junior-programmeurs de afgelopen paar jaar fors is gedaald. Het goedbedoelde studieadvies van tien jaar geleden blijkt een behoorlijke misser.






