De meeste televisiehypes van de afgelopen jaren heb ik meegemaakt: Breaking Bad, Succession, The Crown. Maar zelfs de meest fervente bankhanger kan niet álles direct kijken. Zo heb ik bijvoorbeeld de hitserie The Handmaid’s Tale (2017) gemist bij het uitkomen. En dus, toen die laatst op Netflix verscheen, besloot ik ervoor te gaan. Beter laat dan nooit.

Het was gelijk raak: ik heb met afschuw en fascinatie het hele eerste seizoen gebinged. Het akelige verhaal in een notendop: in het Amerika van de nabije toekomst is bijna iedereen onvruchtbaar. Christenfundamentalisten hebben de macht overgenomen, het land de Bijbelse naam Gilead gegeven en alle vruchtbare vrouwen tot slaaf (‘Handmaid’) gemaakt en toegewezen aan een Commander. Elke maand tijdens hun ovulatie probeert hun Commander hen te bevruchten tijdens een ceremoniële verkrachting. Alles in dienst van de herbevolking van de aarde (en de perverse fantasieën van een kleine groep mannen). Gadverdamme.

Auteur Margaret Atwood baseerde haar verhaal op de Iraanse Revolutie. Een écht voorbeeld van hoe een maatschappij waarin korte rokjes bij het straatbeeld horen, plots kan transformeren tot een wrede theocratie.

Maar in 2026 voelt Gilead niet meer als een metafoor. Eerder is het een blauwprint voor de ultieme manosphere-maatschappij. Alles aan dit verhaal uit 1985 en deze serie uit 2017 is hyperactueel.