Het strand van Ceuta, een Spaanse exclave in het noorden van Marokko, is vrijdagochtend bezaaid met plastic zwembanden. Veel zwemaccessoires zijn vormgegeven als autoband, anderen hebben felle kleuren, en een paar lekke banden liggen verschrompeld op een hoop, zo is te zien op beelden uit Ceuta. Ze zijn allemaal gebruikt voor hetzelfde doel: om de oversteek van het Marokkaanse vasteland bij Fnideq langs een golfbreker met een hoog hek erop naar Ceuta mogelijk te maken – en zo toegang te krijgen tot Spanje en de Europese Unie. Zo’n zestigduizend mensen bereiken in één dag tijd op die manier de exclave.

Inmiddels is een groot deel van de mensen weer (vrijwillig) teruggekeerd naar Marokko, het ministerie schat dat het om de helft van de groep gaat. Of de andere helft van de groep van plan is in Ceuta te blijven moet nog blijken, duidelijk is wel dat de Spaanse premier Pedro Sánchez – die de afgelopen jaren vurig een humaan migratiebeleid bepleitte en recent een grootschalige regularisatieregeling introduceerde – voor grote dilemma’s staat.

Jaarlijks steken gemiddeld een paar duizend mensen de grens over van Fnideq naar Ceuta, in 2025 ging het om 3.527 mensen. Maar eerder deze week werd de route plotseling een stuk drukker. Dinsdag en woensdag hadden zo’n 1.500 mensen de oversteek gewaagd, donderdag werden de autoriteiten totaal overrompeld door de grote aantallen mensen die al zwemmend de kust van Ceuta bereikten. Het gaat vooral om jonge mannen, maar er zijn ook vrouwen en kinderen bij. Ten minste 43 mensen zijn om het leven gekomen bij de overtocht.