De scheidsrechter gaat tot vijf tellen als het vermoeden bestaat dat er tijd wordt gerekt bij een doeltrap of inworp. Als de bal daarna nog niet in het spel is, grijpt de arbiter in. Bij een doeltrap kan de scheidsrechter een corner geven. Bij een inworp mag het andere team het spel hervatten.
Zodra de arbitrage het wisselbord heeft getoond, moet een speler binnen tien seconden via de kortste route het veld verlaten. Duurt dit langer zonder geldige reden, dan wordt de wedstrijd hervat zonder de invaller. De invaller mag dan pas na een minuut (en bij een spelhervatting) het veld betreden.
Als een geblesseerde veldspeler behandeling op het veld nodig heeft, moet hij na de hervatting een minuut buiten de lijnen blijven. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld als twee spelers na een botsing hulp nodig hebben. Als de tegenstander een kaart krijgt, hoeft de behandelde speler het veld ook niet te verlaten. De KNVB volgt bovendien een proef in Engeland om nepblessures van keepers te bestrijden.
De VAR mag ingrijpen wanneer een speler onterecht een tweede gele kaart of een rode kaart krijgt. Ook persoonsverwisselingen mogen worden gecorrigeerd, maar bij de herbeoordeling mag de overtreding an sich niet opnieuw worden beoordeeld. Ook mag de VAR (snel) ingrijpen als een team onterecht een corner heeft gekregen.










