Na dertig seconden getreuzel heeft scheidsrechter Darío Herrera er genoeg van. Al twee keer heeft hij de Belgische rechtervleugelverdediger Thomas Meunier aangespoord haast te maken, in het groepsduel tegen Iran, eind juni. Meunier lijkt het niet te merken, of het niet te wíllen zien. De rust nadert en België overtuigt ook deze tweede wedstrijd op het WK nog niet, als hij zich klaarmaakt voor een verre inworp, dichtbij het doel van Iran.

De verdediger voert een ritueeltje uit dat collega’s in het hedendaagse voetbal zo vaak vertonen: elkaar de bal toestoppen, een opzichtige discussie voeren met de lijnrechter over de juiste plek, het veld afspeuren op zoek naar oogcontact met zijn teamgenoten. Even lijkt Meunier een aanloop te nemen, dan stapt hij toch weer een paar passen achteruit. Hij tilt de bal tot boven zijn hoofd, en laat hem weer zakken. Dan is Herrera het zat. Hij fluit: kans verkeken, inworp naar Iran.

Meunier protesteert nog, maar uit de reactie van zijn teamgenoten valt op te maken dat ze het vooral de vleugelverdediger aanrekenen. Híj had zich moeten bedenken dat het, met ingang van dit WK, niet langer is toegestaan om eindeloos tijd te verspillen bij spelhervattingen. Een gevolg van de nieuwe spelregels die dit voorjaar werden opgesteld, in een poging het tijdrekken in het voetbal terug te dringen.