Onrechtmatig. Zo kwalificeert de rechtbank in Den Haag het handelen van het Openbaar Ministerie tegenover de familie van Nabil B., kroongetuige in het Marengo-proces tegen de criminele organisatie van Ridouan Taghi. Daarbij gaat het niet om de kroongetuigedeal met Nabil B. zelf, die kon en mocht het OM sluiten.
De onrechtmatigheid gaat over het moment waarop de deal en de bijbehorende verklaringen van Nabil openbaar zijn gemaakt, op 23 maart 2018. Op dat moment was namelijk nog niet voldaan aan de verplichting van de overheid om Nabil B. én zijn familie te beschermen.
Daarmee heeft het OM artikel 2 van Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) geschonden, zo blijkt uit een vonnis dat woensdag is gepubliceerd en eerder al uitlekte via Het Parool. Artikel 2 van dat verdrag verplicht de staat het recht op leven te beschermen.
Het gaat om een uitspraak in een civiele procedure die eind 2024 door familieleden van Nabil B. werd aangespannen tegen de staat. Anderhalf jaar eerder concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een lijvig rapport al dat het OM beveiliging van mensen uit de kring rond Nabil B. „ondergeschikt” vond aan het opsporingsbelang in de strafzaak Marengo tegen Taghi.









