Hoewel gedupeerden in het toeslagenschandaal gemiddeld ruim twee jaar moeten wachten op een besluit, besliste de Raad van State in juni dat de Dienst Toeslagen toch geen dwangsommen meer moest betalen. Volgens de raad werken de dwangsommen niet meer als prikkel en leiden ze juist tot extra werk bij de afdeling.

Maar de rechtbank Midden-Nederland ging maandag in tegen dat besluit, blijkt uit meerdere uitspraken. Ze blijft toch dwangsommen opleggen aan de Dienst Toeslagen. Dat heeft directe gevolgen voor drie gedupeerde ouders. Zij verwachten in de loop van 2027 een uitspraak en krijgen dus geld als de Dienst Toeslagen niet op tijd is.

Het is uitzonderlijk dat een lagere rechtbank zo'n besluit neemt. De Raad van State is in principe de hoogste rechter bij conflicten tussen burgers en de overheid. Maar de lagere rechter stelt dat hij niet zomaar een uitzondering kan toestaan aan één bestuursorgaan door geen dwangsom op te leggen.

Bovendien hebben ouders zonder dwangsom geen mogelijkheid om de overheid onder druk te zetten, staat in de uitspraken. "Het is juist een belangrijk rechtsbeginsel."

De lagere rechter zegt "zich te realiseren dat het uitzonderlijk is" dat hij de hoogste rechter niet volgt. Maar de rechtbank wijst op het belang van "tegenspraak, dialoog en het signaleren van knelpunten".