De zaak

Een vrouw met levenslang recht op een Wajong-uitkering vanwege psychische en lichamelijke klachten, kreeg financiële problemen en klopte aan bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. Die bracht enige verlichting, maar ze hield een schuld over van 20.000 euro omdat niet alle schuldeisers met een schikking akkoord gingen. Op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) vroeg zij daarom de rechtbank om toelating tot het schuldsaneringstraject.

Belangrijk daarvoor is je gedrag tijdens het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden in de drie jaar voorafgaand aan de beoordeling. Als de rechter meent dat je altijd eerlijk bent geweest in het contact met schuldeisers, moet je een door de rechter vastgesteld bedrag afdragen aan de zogeheten boedel, waaruit schuldeisers betaald kunnen worden. Je moet sparen voor de schuldeisers, en bijvoorbeeld kostgeld vragen van inwonende meerderjarige kinderen. Ook heb je een arbeids- en sollicitatieplicht. Doe je achttien maanden wat je moet doen, dan vervallen de eventueel resterende schulden.

De rechtbank Gelderland weigerde de vrouw met de Wajong-uitkering toe te laten tot dit traject, omdat ze een opleiding was gaan volgen. Van de uitkeringsinstantie mocht dit, omdat ze ontheven was van de plicht beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt. Ze zou echter niet voldoen aan de eisen voor het schuldsaneringstraject omdat ze door de studie onvoldoende beschikbaar zou zijn voor betaalde arbeid.