Vergeet de realiteit. Vergeet fotografie. Vergeet film. Vergeet AI. Bijna vier eeuwen geleden schilderde Francisco de Zurbarán een schaap en dat schaap is nog steeds het schaap der schapen, de GOAT, een schaap dat raakt en raakt en raakt. Mokerslag.

Het schaap is nu te zien op een aan het werk van de Spaanse barokschilder gewijde tentoonstelling in de National Gallery in Londen, die in oktober doorreist naar het Louvre in Parijs en in februari 2027 naar het Art Institute in Chicago. Zo’n vijftig van de bijna driehonderd nog bekende schilderijen van de meester zijn er te zien, aangevuld met enkele stillevens van zijn zoon Juan.

Zurbarán (1598-1664) is een van die schilders van wie tijdens zijn leven, en nu nog, het realisme werd geprezen. De manier bijvoorbeeld waarop hij de plooien in de witte lendendoek van Jezus aan het kruis schilderde, daar kunnen mensen nog steeds lyrisch over worden; hij is de meester van de stof en van de plooien.

Er zit ook nieuw werk bij in Londen, althans werk dat nu aan Zurbarán wordt toegeschreven, zoals een reusachtig gezicht van een reus (2,5 bij 2 meter!) dat ooit in een koninklijk paleis in Madrid hing, en twee kleine stillevens van een wit kruikje, een alcarraza, die onlangs werden ontdekt in een Franse particuliere collectie. In zoet was Zurbarán goed, dat laten vooral zijn Maria’s en engelen zien, maar in soberheid nog veel beter, of die intense soberheid past beter bij de huidige smaak, dat kan ook, al voelt deze opmerking bijna als een belediging, zowel voor de schilder als voor de kijker.