Bij het ministerie van Economische Zaken is het de komende weken ook nog afwachten wat er allemaal precies gaat gebeuren, zegt een woordvoerder. Vorige week heeft het kabinet Nederlandse bedrijven toestemming gegeven om olie uit hun zogeheten strategische voorraad te verkopen op de wereldmarkt. Het gaat om maar liefst 2,7 miljoen vaten olie van bedrijven, bestemd om de wereldwijde hoge olieprijzen, veroorzaakt door de oorlog in het Midden-Oosten, wat te dempen. Het is niet de eerste keer dat Nederland olie uit zijn reserves vrijgeeft, zegt de woordvoerder, maar „nooit eerder ging het om zulke grote volumes als nu”. Deze situatie is uniek, wil hij maar zeggen.

Nederland staat hier niet alleen in. De vrijgave is onderdeel van de noodmaatregel die ruim dertig lidstaten van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) afgelopen maart al namen: het gezamenlijk vrijgeven van 400 miljoen vaten olie uit hun reserves. Dat vrijgeven gaat gecoördineerd: niet alle landen doen het tegelijk en de verkoop vindt verspreid over een aantal maanden plaats. Nederland is een van de laatste landen die hun voorraden daadwerkelijk beschikbaar stellen.

Waarom is Nederland hier zo laat mee? Wie bepaalt dat? En nog vijf andere vragen.