De datacentertak van Microsoft heeft in juni dit jaar voor 44 miljoen euro een uitgestrekt perceel landbouwgrond gekocht in Middenmeer, Noord-Holland, pal naast een locatie waar Tennet overweegt een nieuw tussenstation van het hoogspanningsnet aan te leggen. Dat blijkt uit gegevens van het Kadaster. Het Amerikaanse techbedrijf wil op het terrein van 37,5 hectare zodra dat kan een nieuw groot datacenter bouwen en heeft daarvoor alvast een stroomaansluiting bij de netbeheerder aangevraagd.

De koop van het agrarische perceel is een schoolvoorbeeld van het ‘handdoekje leggen’ op het overbelaste stroomnet: het claimen van capaciteit waarvoor de infrastructuur nog moet worden aangelegd – zoals gasten van een all-in resort ’s ochtends vroeg al met een handdoek hun ligstoel aan het zwembad bezetten. Op het huidige Nederlandse stroomnet is geen ruimte beschikbaar voor nieuwe serverhallen. Daarom kiezen de projectontwikkelaars van datacenter-locaties steeds vaker voor de vlucht naar voren en investeren zij op plekken waar zij denken dat in de toekomst stroom beschikbaar komt.

Datacenterbouwers zoals Microsoft en Google, en gespecialiseerde partijen als Equinix en Edgeconnex, hebben een concurrentievoordeel ten opzichte van andere partijen die stroom willen afnemen, zoals woningbouwers, kleine bedrijven en scholen: ze hebben een sterkere financiële positie en een langere adem. Dat verklaart waarom veel kleinere bouwprojecten stagneren, terwijl er nog wel steeds nieuwe datacenter-projecten worden aangekondigd. De ontwikkelaars daarvan hebben vaak al jaren geleden al een aanvraag gedaan en staan dus hoger op de wachtlijst, of ze kunnen het zich veroorloven om – zoals Microsoft – percelen te kopen waar nog geen stroomaansluiting bestaat.