Tijdens de Canal Parade op 1 augustus in Amsterdam vaart voor het eerst de Boekenboot mee, met schrijvers, illustratoren, bibliotheekmedewerkers, uitgevers, boekhandelaren en leesbevorderaars. De opvarenden laten woorden en verhalen zien die zijn doorgestreept, zwartgelakt, verborgen achter censuurbalken. Dat decor van (zelf)censuur op de boot is geen kunstgreep. Het toont de werkelijkheid waarin queerverhalen wereldwijd onder druk staan.

De documentaire The Librarians, over Amerikaanse bibliothecarissen die hun collecties verdedigen tegen politieke druk, laat zien hoe ver die druk kan gaan. Leila Green Little ontdekte dat bibliotheekmedewerkers in haar woonplaats Llano opdracht hadden gekregen boeken uit de collectie te halen. Dat groeide uit tot een rechtszaak over boeken over oorlogsgeschiedenis, racisme en seksuele voorlichting. Het federaal hof oordeelde dat bibliotheken vallen onder ‘overheidsuitingen’ en lokale bestuurders dus zelf mogen bepalen wat er in de kast staat. Het gevolg: voor 38 miljoen Amerikanen is de bibliotheek geen vrijplaats meer, maar onderwerp van politieke sturing.

Nederland kent geen Amerikaanse toestanden, zei Wilma van Wezenbeek, directeur van de KB Nationale Bibliotheek, onlangs in NRC, maar ze herkent wel de zorgelijke signalen. Ook in Nederlandse bibliotheken worden boeken verstopt, beschadigd of weggehaald: in Hilversum en Nijmegen werden bibliotheken bedreigd na de aankondiging van een voorleesmiddag door dragqueens, door de ruit van een Utrechtse boekhandel gespecialiseerd in genderstudies vloog een steen.