Ja, het klinkt een beetje als een film – en misschien is dat wel precies de bedoeling. Afgelopen dinsdag maakte OpenAI bekend dat twee van zijn modellen, het publiek beschikbare GPT-5.6 Sol en een nog niet uitgebracht, krachtiger exemplaar, uit hun afgesloten testomgeving waren gebroken. De AI-agents, programma’s die zelfstandig acties kunnen uitvoeren, vonden een onbekend lek en gebruikten dat om een „weg naar het open internet te vinden”. Vervolgens drongen ze door tot systemen van Hugging Face, een groot platform voor open-source AI-modellen. Daar zochten ze een antwoord voor een veiligheidstest waarop ze op dat moment werden beoordeeld.

Waar techbedrijven vaak terughoudend communiceren over veiligheidsproblemen, ging OpenAI juist vol op het orgel. Het AI-bedrijf noemde het in een verklaring „een cyberincident zonder precedent”. Wat daarna losbarstte, is misschien wel leerzamer dan het incident zelf. Het hackverhaal, en de reacties erop, doen denken aan een sciencefictionscenario, en juist daardoor is lastig in te schatten wat hier nou echt aan de hand is. Het past namelijk wel héél goed in de PR-strategie van OpenAI. Het kan zowel een alarmerende bekentenis zijn als aandachttrekkende opschepperij over de technologische capaciteiten in de aanloop naar een beursgang.