„If the mission is dull, dumb or dangerous, send the drone”, zo zei een Amerikaanse brandweerman onlangs over de drones die pingpongballetjes laten vallen in het Shasta-Trinity National Forest, in het noorden van Californië. Bij het neerkomen op de grond komen in het balletje kaliumpermanganaat en glycerol bij elkaar, wat vlam vat. Zo worden op die plek planten en struiken weggebrand. De grotere natuurbrand heeft dan, zodra die daar aankomt, geen brandstof meer en kan niet verder.
Andere drones kunnen in zwermen branden opsporen en als het even kan uitmaken. Er zijn sensoren die uitgerust met AI een beginnend fikkie opmerken. En satellieten die branden opsporen. En pingpongballetjes dus.
De brandbestrijdingstechniek gaat snel. En dat is niet zo gek, want een opwarmend en wispelturig klimaat zorgt ervoor dat het brandseizoen in Europa langer is geworden en de branden heftiger. 2025 was een recordjaar in aantal hectares afgebrand natuurgebied, en ook dit jaar is er elke week weer een grote brand in het nieuws. Spanje, Portugal en Frankrijk krijgen het zwaar te verduren – deze week gold in vier Franse provincies nog code rood vanwege het hoge risico op natuurbranden, in bijna de hele rest van het land code oranje. En er zijn branden in Noorwegen, Schotland en ook in Nederland. Het aantal ‘brandgevoelige’ dagen hier, met een relatieve luchtvochtigheid onder de 50 procent, is sinds 1950 verdubbeld. En dan is er sinds half juli ook nog een watertekort, waardoor bluswater moeilijker te vinden is.











