De beelden zijn korrelig, maar de oproep van Kathleen Hanna, frontvrouw van de Amerikaanse punkband Bikini Kill, is goed te verstaan: alle vrouwen naar voren, alle mannen naar achteren. „All girls to the front! I’m not kidding. All boys, be cool for once in your lives. Go back, go back, go back.”

Toen Bikini Kill begin jaren negentig opkwam als grondleggers van de feministische riot grrrl-beweging, maakten de bandleden een punt van de agressie van mannen in het publiek tijdens concerten. Het was onveilig voor de vrouwen in de zaal, zeker in de ruige moshpits. Daarom deed Hanna haar best om verandering af te dwingen en een veilige omgeving voor vrouwen te creëren. „Mannen konden in de zaal zijn, maar mannen konden de zaal niet domineren”, vat muziekjournalist Ann Powers het samen in The Punk Singer, een documentaire over het leven van Hanna.

Het voorbeeld van Bikini Kill maakt ook onder nieuwe generaties iets los. Zo is in Utrecht recent een initiatief gestart onder de naam Girls to the Front, dat onder andere optredens organiseert waarin inclusie centraal staat en compilatie-albums uitbrengt met feministische punkacts.

Sophie Straat op Best Kept Secret

De oproep die protestzangeres Sophie Straat deze zomer tijdens optredens doet, ligt in het verlengde van de Bikini Kill-boodschap, met een bredere groep die ze naar voren roept. „Ben je een vrouw? Ben je queer? Ben je van kleur? Naar voren!”, zei ze in juni op festival Best Kept Secret. Verder zei ze: „Witte mannen naar achteren. Ik herhaal: witte mannen naar achteren.”