Alejandro Pina komt aanlopen met een sigaret in zijn hand in de binnenstad van Valencia, vraagt een voorbijganger om een aansteker, steekt de sigaret aan en inhaleert diep. Terwijl hij de aansteker teruggeeft, laat hij langzaam de rook uit zijn mond ontsnappen.

Als het aan de Spaanse regering ligt, mag Pina binnenkort niet zomaar meer buiten overal een sigaret opsteken. Dinsdag besloot de ministerraad dat roken op terrassen, bij universiteiten, openbare zwembaden, sportfaciliteiten en nationale parken verboden moet worden. Nu gaan het Congres van Afgevaardigden en de Senaat – waar de minderheidscoalitie van premier Pedro Sánchez geen meerderheid heeft – zich buigen over het voorstel. Zij kunnen ook amendementen indienen.

Hoewel Pina denkt dat veel mensen niet blij zijn met het wetsvoorstel, vindt hij het grotendeels een goed idee. „Ik rook alleen op straat, nooit op het strand. Ik wil de natuur niet beschadigen, er is al genoeg afval. En in de buurt van kinderen rook ik natuurlijk niet.” Dat ook terrassen zijn opgenomen in het voorstel, vindt hij wel lastig. „Het is onzin om dat te verbieden”, zegt hij terwijl hij naar met parasols overdekte tafeltjes verderop in de straat wijst. „Ik moet daar toch gewoon een sigaret kunnen roken.”