De zeventiende etappe was normaal gesproken de laatste kans voor avonturiers in deze Tour. Het regende dan ook aanvallen in de 174,7 kilometer lange rit van Chambéry naar Voiron.

Van der Poel liet zich al vroeg in de etappe zien en behoorde tot de eerste vroege vlucht. Die werd op de zwaarste beklimming van de dag, een col van de derde categorie, weer ingerekend. Door het hoge tempo op die klim viel het peloton uiteen en raakte Isaac del Toro tijdelijk op achterstand.

Even later vormde zich opnieuw een kopgroep met Van der Poel. Ditmaal kreeg hij gezelschap van onder anderen Rick Pluimers. Zij kregen op zo'n 60 kilometer van de finish van een groep met Mads Pedersen, die in de tegenaanval was gegaan.

Pedersen ging kort daarna opnieuw in de aanval en werd vergezeld door vijf anderen. Uit die groep reed Jasper Stuyven op 25 kilometer van de finish weg. De Belg hield het lang vol, maar werd in de finale ingerekend.

De vijf achtervolgers waren ondertussen gegrepen door een omvangrijke groep met Van der Poel en Olav Kooij. Dit gezelschap mocht uiteindelijk om de zege sprinten. Van der Poel trok die sprint aan, waarna Philipsen een bevrijdende ritzege boekte.