Tyrick Bodak kijkt om zich heen. Het is halverwege de tweede helft van Duitsland – Curaçao en met een 4-1 voorsprong voor de Duitsers is de wedstrijd wel gespeeld. Maar op de bank van Curaçao zit derde keeper Bodak (24) te genieten. De wave rolt over de tribunes. Hij krijgt er kippenvel van. Zoals hij ook kippenvel kreeg toen hij eerder op de middag het veld op liep voor de warming-up en de Curaçao-fans hoorde juichen.

Het had nooit voor de hand gelegen dat hij hier zou zitten. Niet alleen was Curaçao lang een marginaal voetballand: voor de start van het WK staat het team 82ste op de wereldranglijst, tussen Guinee en Syrië, en het is met 158.000 inwoners het kleinste land dat zich ooit wist te kwalificeren voor een WK.

Er is nog een reden. 1.247 voetballers waren actief op het wereldkampioenschap. Daar zaten spelers tussen die al mondiale sterren waren, zoals Lionel Messi, en spelers die dat tijdens het toernooi werden, zoals de Kaapverdische keeper Vozinha. Er waren gelouterde profs die al honderden internationale wedstrijden speelden en talenten die aan het begin van hun carrière staan.

Maar één voetballer speelde nog nooit een profwedstrijd: Tyrick Bodak. Hoe beleefde de WK-speler met de kleinste carrière het toernooi?