Welke ploeg gaat na zondag met 51,5 miljoen dollar (zo’n 45 miljoen euro) naar huis, Argentinië of Spanje? Dat is het bedrag dat de FIFA na afloop van het WK uitkeert aan de wereldkampioen. De verliezende finalist krijgt een kleine 34,5 miljoen dollar. Zodoende gaat de wedstrijd zondag financieel gezien om die extra 17 miljoen dollar.

De prijzenpot dit WK bedraagt maar liefst 655 miljoen dollar, een verdubbeling ten opzichte van het WK van 2022 in Qatar. Die toename is te danken aan de hogere inkomsten voor de FIFA – vooral door de uitbreiding van het toernooi naar 48 landen en de zeer hoge ticketprijzen.

Geen enkel land is zonder op zijn minst een aantal miljoenen dollars naar huis gegaan. Zo gaf de FIFA alle deelnemende landen 1,5 miljoen dollar aan voorbereidingskosten. De teams die na de poulefase naar huis moesten, hebben nog eens 9 miljoen dollar gekregen.

Hoe verder een land kwam, hoe hoger het prijzengeld. Zo leverde uitschakeling in de zestiende finale een totaalbedrag op van 12,5 miljoen dollar, terwijl Frankrijk en Engeland als nummers 3 en 4 respectievelijk 30,5 en 28,5 miljoen dollar hebben verdiend.

Tegenover de hoge inkomsten staan ook kosten. Hoewel voetbalbonden niet laten weten hoeveel het WK ze precies heeft gekost, gaat het zeker om miljoenen. Tijdens een bijeenkomst op het Nederlandse consulaat in New York begin juni zei KNVB-directeur Marianne van Leeuwen dat Nederland 6 miljoen dollar winst maakt „als we wereldkampioen worden. Als we tweede worden, maken we 2 miljoen dollar verlies.”