Het stroomnet zit bomvol en om alle zonnepanelen, laadpalen, airco's en warmtepompen te kunnen aansluiten, moet Nederland tienduizenden extra elektriciteitshuisjes bijbouwen. Nederland telt op dit moment ruwweg 100.000 van deze zogeheten transformatorhuisjes, ook wel trafohuisjes of MS/LS-stations genoemd. Daarin wordt stroom van 10.000 volt omgezet naar de 230 volt die uit je stopcontact komt.

Netbeheerders bouwen ze in hoog tempo bij: in 2024 kwamen er 2.419 nieuwe huisjes bij en in 2023 waren dat er 1.501. Dat zijn er bijna tien per werkdag. Volgens Netbeheer Nederland moeten er tot 2050 nog eens zo'n 50.000 bij komen. Eén elektriciteitshuisje voorziet gemiddeld zo'n honderd woningen van stroom, uitgaande van het verwachte stroomverbruik van een woning in de toekomst.

Netbeheerders en gemeenten bepalen samen waar zo'n huisje precies komt te staan. Bepalend zijn onder meer het aantal woningen dat stroom nodig heeft, ontwikkelingen in de buurt zoals elektrisch laden, zonnepanelen en elektrisch koken. Ook de lengte van de kabelverbinding naar de woningen speelt een rol. Bovendien geldt de eis dat de vloer van het huisje niet onder het maaiveld mag liggen, zodat het bij wateroverlast niet uitvalt.